Ga naar hoofdinhoud

RFID-etikettenprinter, direct thermisch en thermotransfer, 203 dpi, LAN, HDWR OPrint-DA200NR

GTIN: 5906935204061 · SKU: OPrint-DA200NR

Inhoudsopgave​

Inleiding​

De OPrint-DA200NR is een desktop-etikettenprinter met een ingebouwde UHF RFID-module. Hij drukt RFID-etiketten af en codeert ze in één doorgang, zodat u slimme tags kunt maken voor contactloze identificatie, het volgen van bedrijfsmiddelen en snelle inventarisatie zonder elke code afzonderlijk te scannen. De printer werkt zowel in direct thermische als in thermotransfermodus, drukt af met maximaal 203 mm/s bij een resolutie van 203 dpi op media tot 104 mm breed, en wordt via USB met een computer of via Ethernet (LAN) met het bedrijfsnetwerk verbonden. Een vrijstaande externe etikettenhouder voor grote mediarollen is meegeleverd.

Specificaties​

  • Materiaal: ABS-kunststof
  • Afdrukmethode: direct thermisch en thermotransfer
  • Resolutie: 203 dpi
  • Maximale afdruksnelheid: 203 mm/s (8"/s)
  • Maximale afdrukbreedte: 104 mm
  • Maximale afdruklengte: 15.000 mm
  • CPU: 500 MHz, 32-bit, Cortex-M7
  • RFID-technologie: UHF EPC Class 1 Gen 2 / ISO 18000-6C-tags
  • RFID-functies: gelijktijdig afdrukken en coderen, flexibele anti-metaaletiketten tot 1,3 mm dik, minimale etiketafstand 15 mm, Alien-, NXP- en Impinj-chips, automatische markering van defecte tags, vergrendelen/ontgrendelen van tags met wachtwoord
  • Geheugen: 8 MB SDRAM / 16 MB Flash
  • Interface: USB 2.0 High Speed, Ethernet (LAN, RJ45)
  • Commandotalen: TSPL, ZPL, ZPL II
  • Sensoren: sensor voor open klep, lintsensor, tussenruimtesensor (transmissief), sensor voor zwarte markering (reflectief)
  • Bediening en indicatoren: aan/uit-schakelaar, knop FEED / PAUSE, LED-indicatoren ONLINE (blauw), ERROR (rood), RIBBON (groen), COMM (oranje)
  • Mediatypes: doorlopend, gestanst, met zwarte markering, kettingetiketten (fan-fold)
  • Maximale lintlengte: 300 m (kern 1", inkt aan de buitenkant, maximale buitendiameter 67 mm)
  • Lintbreedte: 30–110 mm (1,18"–4,3")
  • Breedte etikettenrol: 20–118 mm
  • Mediadikte: 0,06–1,3 mm
  • Kerndiameter: 25,4 mm (1")
  • Capaciteit etikettenrol: buitendiameter 127 mm (5")
  • Rotatie van lettertypen en barcodes: 0, 90, 180, 270°
  • Afdrukbare 1D-codes: Code 11, Code 39, Code 93, Code 128, UPC-A, UPC-E, UCC-128, Codabar, EAN/JAN-8, EAN/JAN-13, Interleaved 2 of 5, ITF-14, MSI Plessey, PostCode, Telepen
  • Afdrukbare 2D-codes: QR Code, PDF417, Micro QR Code, Micro PDF417, Grid Matrix, MaxiCode, Aztec Code, Data Matrix
  • Afmetingen apparaat: 19 × 19,8 × 28 cm
  • Afmetingen verpakking: 39,5 × 25,5 × 24 cm
  • Gewicht apparaat: 2,7 kg
  • Gewicht met verpakking: 3,2 kg
  • Bedrijfstemperatuur: 5 tot 40 °C
  • Opslagtemperatuur: −40 tot 60 °C
  • Luchtvochtigheid tijdens gebruik: 25–85%, niet-condenserend
  • Luchtvochtigheid bij opslag: 10–90%, niet-condenserend
  • Certificaten: FCC, CE, CCC, BIS, CB

Inhoud van de set​

  • Etikettenprinter
  • Vrijstaande externe etikettenhouder
  • USB-kabel
  • Voedingsadapter met netsnoer
  • 2 × lintas
  • Testrol

Printeroverzicht​

Voorpaneel​

OPrint-DA200NR vooraanzicht: LED-indicatoren 1–4 en de knop FEED / PAUSE 5
  1. Indicator ONLINE
  2. Indicator ERROR
  3. Indicator RIBBON
  4. Communicatie-indicator (COMM)
  5. Knop FEED / PAUSE / ERROR CANCEL

Binnenkant van de printer​

OPrint-DA200NR met geopende bovenklep: onderdelen 1–10
  1. Bovenklep
  2. Ontgrendeling van de bovenklep
  3. Lintcompartiment
  4. Steun van de bovenklep
  5. Mediageleider
  6. Tussenruimtesensor
  7. Sensor voor zwarte markering
  8. Drukrol
  9. Compartiment voor de mediahouders
  10. Mediahouders

Achterpaneel​

OPrint-DA200NR achteraanzicht: DC-voedingsaansluiting, USB-poort, aan/uit-schakelaar en externe media-invoer
  • USB — verbinding met een computer voor de installatie van het stuurprogramma, afdrukken en printerdiagnose.
  • Ethernet (LAN) — RJ45-poort om de printer op het bedrijfsnetwerk aan te sluiten; de printer kan dan door meerdere werkplekken worden gedeeld. Wanneer de kabel is aangesloten en de verbinding in orde is, knippert de oranje indicator COMM.
  • Aan/uit-schakelaar en DC-voedingsaansluiting voor de meegeleverde voedingsadapter.
  • Externe media-invoer — sleuf voor het toevoeren van grote mediarollen van buiten de printer. Vereist de externe etikettenhouder. Houd de mediarol tijdens het gebruik op gelijke hoogte met de printer; plaats hem niet schuin.

LED-indicatoren​

LED-paneel van de OPrint-DA200NR: Online (blauw), Error (rood), Ribbon (groen), Comm. (oranje)
GebeurtenisBeschrijving
Thermotransfermodus gereedBlauw (ONLINE) en groen (RIBBON) branden continu — de printer is klaar voor gebruik.
Direct thermische modus gereedBlauw (ONLINE) brandt continu — de printer is klaar voor gebruik.
Klep openEr klinkt een pieptoon en blauw (ONLINE), rood (ERROR) en groen (RIBBON) knipperen.
PauzeDruk op de knop PAUSE. Wanneer blauw (ONLINE) knippert, is de printer gepauzeerd.
FEEDDruk op de knop FEED om op aanvraag af te drukken. Blauw (ONLINE) knippert.
Papier opEr klinkt een pieptoon en rood (ERROR) knippert.
Lint opEr klinkt een pieptoon, rood (ERROR) brandt continu en groen (RIBBON) knippert.
Fout tussenruimte / zwarte markeringWanneer de tussenruimte of de zwarte markering niet wordt gevonden, klinkt een pieptoon en knipperen rood (ERROR) en blauw (ONLINE).
Fout snijmechanismeWanneer het snijmechanisme niet wordt gevonden, klinkt een pieptoon en knipperen blauw (ONLINE) en rood (ERROR) afwisselend; groen (RIBBON) knippert eveneens.
Printkop oververhitEr klinkt een pieptoon en blauw (ONLINE) en rood (ERROR) knipperen afwisselend.
Overige foutenEr klinkt een pieptoon en rood (ERROR) en groen (RIBBON) knipperen afwisselend.
Ethernet gereedWanneer de RJ45-netwerkkabel is aangesloten en de verbinding in orde is, knippert oranje (COMM).
Wi-Fi gereedWanneer Wi-Fi in AP- of STA-modus is verbonden, brandt oranje (COMM) continu (alleen Wi-Fi-versie).
Ethernet + Wi-Fi gereedWanneer de RJ45-kabel met een correcte verbinding is aangesloten en Wi-Fi in AP- of STA-modus werkt, brandt oranje (COMM) 2 seconden continu en knippert daarna (alleen Wi-Fi-versie).

Knopfuncties​

De printer heeft één knop voor het doorvoeren van media, het pauzeren en het annuleren van fouten. De functie hangt af van de status van de printer:

PrinterstatusFunctieBeschrijving
GereedDoorvoerenWanneer de printer gereed is (blauwe LED brandt), drukt u op de knop — de media worden tot het begin van het volgende etiket doorgevoerd. Bij doorlopende media voert de printer de ingestelde hoogte door, bij media met tussenruimte tot de volgende tussenruimte en bij media met zwarte markering tot de volgende zwarte markering.
Wachten op de knopVolgende afdrukkenWanneer de functie „Demand button” is ingeschakeld, stopt de printer na elk afgedrukt etiket en wacht hij tot de knop wordt ingedrukt voordat het volgende etiket wordt afgedrukt.
AfdrukkenPauzerenTerwijl de printer doorlopend afdrukt, drukt u op de knop (PAUSE) om de opdracht te pauzeren. De blauwe indicator knippert. Druk nogmaals op de knop om het afdrukken te hervatten.
FoutFout annulerenWanneer de rode indicator ERROR brandt, drukt u na het verhelpen van de oorzaak één keer op de knop (PAUSE) — de printer annuleert de fout, hervat het afdrukken en drukt het etiket waarbij de fout optrad opnieuw af.

Hulpfuncties bij het inschakelen​

De printer heeft zes hulpfuncties bij het inschakelen, bedoeld om de hardware in te stellen en te testen. Om een functie te starten houdt u de knop FEED ingedrukt terwijl u de printer inschakelt en laat u de knop los wanneer de hieronder beschreven indicator gaat branden.

FunctieProcedureIndicatorGeluid
ZelftestSchakel de printer uit. Controleer of er media zijn geplaatst en sluit de klep. Houd de knop FEED ingedrukt en schakel de printer in. Laat de knop los wanneer alleen de groene indicator RIBBON brandt. De printer drukt een zelftestpagina af.RIBBON (groen) brandtpieptoon
USB-massaopslagmodusSchakel de printer uit. Controleer of er media zijn geplaatst en sluit de klep. Houd de knop FEED ingedrukt en schakel de printer in. Laat de knop los wanneer de oranje indicator COMM continu brandt. Het geheugen van de printer verschijnt op de computer als opslagapparaat.COMM (oranje) brandtpieptoon
DumpmodusSchakel de printer uit. Controleer of er media zijn geplaatst en sluit de klep. Houd de knop FEED ingedrukt en schakel de printer in. Laat de knop los wanneer de blauwe indicator ONLINE en de rode indicator ERROR tegelijk branden. De printer piept en drukt „NOW IN DUMP MODE” af.ONLINE (blauw) + ERROR (rood) brandenpieptoon
AUTO.BAS overslaanSchakel de printer uit. Houd de knop FEED ingedrukt en schakel de printer in. Laat de knop los wanneer de rode indicator ERROR continu brandt. De printer piept twee keer en slaat het programma AUTO.BAS over.ERROR (rood) brandt2 pieptonen
Printer initialiserenSchakel de printer uit. Houd de knop FEED ingedrukt en schakel de printer in. Laat de knop los wanneer alleen de blauwe indicator ONLINE continu brandt. De printer piept vijf keer, drukt zijn parameters af en herstelt de fabrieksinstellingen.ONLINE (blauw) brandt5 pieptonen
LintcontroleDe printer detecteert de status van het lint automatisch na het inschakelen en bij elke thermotransfer-afdrukopdracht.——

Media plaatsen​

  1. Trek aan de ontgrendeling aan de zijkant van de printer en open de bovenklep.
  2. Plaats de mediarol op de mediahouders, of voer de media vanaf de externe etikettenhouder via de externe media-invoer aan de achterkant van de printer toe. Houd de rol op gelijke hoogte met de printer.
  3. Leid de media onder de mediageleiders door en stel de geleiders af op de mediabreedte, zodat de media niet kunnen verschuiven.
  4. Stel de positie van de sensor in volgens het mediatype:
    • Standaard gestanste etiketten — stel de tussenruimtesensor zo in dat de pijl in de tussenruimte tussen twee etiketten staat.
    • Etiketten op een transparante drager — stel de tussenruimtesensor zo in dat de pijl op het etiketoppervlak staat.
    • Media met zwarte markering — stel de sensor voor zwarte markering direct onder de zwarte markering in; de sensor moet onder de media liggen.
    • Flexibele anti-metaal-RFID-tags — stel de tussenruimtesensor in de tussenruimte tussen twee tags in.
  5. Voor thermotransferdruk plaatst u het lint op de twee lintassen (inktzijde naar buiten) en leidt u het onder de printkop door.
  6. Sluit de bovenklep en druk op FEED — de printer voert de media door tot het begin van het volgende etiket. Voer na het wisselen van mediatype de zelftest uit (zie Hulpfuncties bij het inschakelen) of kalibreer de media in de configuratietoepassing.

RFID-kalibratie en -codering​

Kalibreer de printer vóór de eerste afdrukrun op een nieuw type RFID-etiket in de configuratietoepassing (zie Stuurprogramma en software). Meet eerst de etiketbreedte, de etikethoogte en de tussenruimte.

  1. Open de pagina voor RFID-kalibratie in de configuratietoepassing.
  2. Voer de parameters van de gebruikte etiketten in (etiketformaat en tussenruimte) en klik op Kalibratie starten. Tijdens de kalibratie brandt de rode indicator; deze gaat uit wanneer de kalibratie is voltooid.
  3. Klik op RFID-info lezen — de toepassing toont de beste lees-/schrijfpositie en het tijdens de kalibratie bepaalde lees- en schrijfvermogen.
  4. Klik op RFID-info opslaan om de configuratie op te slaan in een bestand dat is genoemd naar het tagformaat en het tijdstip van opslaan.
  5. Wanneer u dezelfde etiketten opnieuw plaatst, selecteert u het opgeslagen profiel en klikt u op Instellen — de printer neemt de parameters over zonder opnieuw te kalibreren. Een profiel hoort bij de printer waarop het is gemaakt; kalibreer opnieuw wanneer de etiketten op een andere printer worden gebruikt.

Regels voor RFID-codering:

  • De startpositie voor het schrijven van de EPC is 2.
  • De gegevens moeten in hexadecimaal formaat zijn (bijv. 0001).
  • De gegevenslengte moet een veelvoud van 4 hexadecimale tekens zijn (4, 8, 12, …).
  • Het standaard toegangswachtwoord van de tag is 0000; dit kan worden gewijzigd of genegeerd.

Tijdens het afdrukken markeert de printer defecte tags automatisch en kan hij het schrijven van een tag een ingesteld aantal keren opnieuw proberen. De ingebouwde teller houdt de correct en incorrect gecodeerde etiketten bij.

Stuurprogramma en software​

Veiligheidsinstructies​

pas op

Schakel de printer onmiddellijk uit en haal de stekker uit het stopcontact als er rook, een vreemde geur of een ongewoon geluid uit komt, of als er vloeistof in terechtkomt. Verder gebruik kan brand veroorzaken. Neem contact op met uw leverancier.

  • Repareer, demonteer of wijzig de printer nooit zelf.
  • Gebruik alleen de voorgeschreven voedingsadapter en sluit de kabels alleen aan zoals in deze handleiding beschreven.
  • Laat geen vreemde voorwerpen in de printer vallen.
  • Gebruik geen ontvlambare spuitbussen in of rond de printer.
  • Plaats de printer op een stevige, stabiele en horizontale ondergrond.
  • Gebruik de printer niet op zeer vochtige of stoffige plaatsen.
  • Koppel bij onweer de netwerkkabel, het netsnoer en alle andere verbindingen los.
  • De printkop wordt heet tijdens het afdrukken — laat hem afkoelen voordat u hem aanraakt.

Veelgestelde vragen​

Heeft de printer een lint nodig?
Alleen in thermotransfermodus. In direct thermische modus drukt de printer zonder lint op thermische etiketten — de afdruk is goedkoper, maar vervaagt onder invloed van warmte en licht. Thermotransferdruk met een wax-, wax-resin- of resinlint geeft een duurzame afdruk die bestand is tegen slijtage, vocht en chemicaliën.
Welke RFID-tags kan de OPrint-DA200NR coderen?
UHF-tags die voldoen aan EPC Class 1 Gen 2 / ISO 18000-6C, waaronder Alien-, NXP- en Impinj-chips, met een minimale etiketafstand van 15 mm. Flexibele anti-metaaletiketten tot 1,3 mm dik worden ook ondersteund.
Moet ik de etiketten na het coderen terugspoelen?
Nee. De printer codeert de RFID-tag en drukt het etiket af in één doorgang. Defecte tags worden tijdens het afdrukken automatisch gemarkeerd en de printer kan het schrijven van een tag opnieuw proberen.
Hoe sluit ik de printer aan op het netwerk?
Sluit een RJ45-kabel aan op de Ethernet-poort aan de achterkant van de printer. Wanneer de verbinding in orde is, knippert de oranje indicator COMM. Stel het IP-adres in de configuratietoepassing in en voeg de printer in Windows toe als netwerkprinter.
De rode indicator ERROR brandt en de printer piept — wat moet ik doen?
Raadpleeg de tabel met LED-indicatoren: rood knipperend betekent papier op, rood continu met groen knipperend betekent lint op, rood en blauw knipperend betekent dat de tussenruimte of de zwarte markering niet is gevonden. Verhelp de oorzaak en druk één keer op de knop FEED / PAUSE — de printer annuleert de fout en drukt het etiket opnieuw af.
Hoe herstel ik de fabrieksinstellingen?
Schakel de printer uit, houd de knop FEED ingedrukt en schakel hem weer in. Laat de knop los wanneer alleen de blauwe indicator ONLINE brandt. De printer piept vijf keer, drukt zijn parameters af en herstelt de fabrieksinstellingen.
Welke software voor etiketontwerp kan ik gebruiken?
De printer ondersteunt de commandotalen TSPL, ZPL en ZPL II en wordt geleverd met een Windows-stuurprogramma, zodat hij werkt met gangbare programma's voor etiketontwerp en met magazijn- of verkoopsystemen die ZPL-etiketten afdrukken.

Downloads​

De originele PDF-handleidingen blijven beschikbaar als referentiemateriaal. Alles wat erin staat, vindt u al op deze pagina — gebruik de PDF's alleen als u een offline kopie nodig hebt. De documenten zijn uitgegeven voor het model OPrint-DA200R, dat door deze printer wordt vervangen; afgezien van de Ethernet-poort (LAN) zijn de apparaten identiek.